Scouting was er alleen voor jongens, maar de Britse meisjes namen het heft in eigen handen en organiseerde zelf Girl Scouts. Maar ook buiten Engeland verspreidde het spel van verkennen zich bliksemsnel over de wereld.
Heden ten dagen zijn er meer dan 28 miljoen Scouts op deze wereld actief en vele malen meer zijn ooit lid geweest. In Nederland zijn het er 123.000. Van de jeugd is dat hier 3,6% en van de kinderen tussen de 7 en 14 jaar is zelfs meer dan 5% nu lid van Scouting.
Scouting kent vele tradities. Soms gaat het om zaken die je bij alle Scouts ter wereld aantreft. Opvallend en internationaal is het uniform.
In 1907, tijdens B.P.'s eerste kamp, was aan de kleding duidelijk te zien uit welke maatschappelijke klasse een jongen kwam. Bovendien was de kinderkleding van toen bijzonder onpraktisch voor het spel van verkennen. Vandaar dus dat uniforme speelpak. Het uniform maakt nu ook duidelijk dat een scout behoort tot die grote wereld omvatte groep van Scouts waar religie, afkomst, status en politiek niet van belang zijn. Of je rijk of arm bent en je pa of ma een goede baan heeft, is bij Scouting onbelangrijk. Je bent gelijkwaardig en alleen wat jezelf weet te bereiken maakt het verschil.
Tijdens de eerste wereldoorlog bezocht Baden Powell de oorlogsfronten in Frankrijk en Vlaanderen. Bij hem ontstond het idee dat de internationalisering van de Scoutingbeweging begrip zal kweken tussen buurvolken die op dat moment elkaar op leven en dood bevochten. Scouting als vredesbeweging kreeg pas in 1920 gestalte met de eerste Wereld Jamboree in Londen. De tweede Wereld Jamboree vond in 1924 plaats in Kopenhagen en in 1937 was Nederland aan de beurt. Koningin Wilhelmina opende de vijfde Wereld Jamboree in Vogelenzang-Bloemendaal, waaraan 27.000 verkenners uit 54 landen deelnamen. Tijdens deze bijeenkomst nam Baden op 80-jarige leeftijd afscheid. Na zijn dood, vier jaar later, wordt de beweging nog vele jaren geleid door zijn veel jongere vrouw Olave. Lady Baden Powell overlijdt in 1977 op 88-jarige leeftijd.
Eens in de vier Jaar komen Scouts van de gehele wereld bijeen en ze noemen zo'n bijeenkomst een Jamboree. Hieronder staan foto's van de Wereld Jamboree 1929 in Engeland.







Boven: Brazilië
Midden: Noord- & Zuid-Amerika, Nigeria, Schotland & Noorwegen
Onder: Polen, Rusland, Zwitserland
(Van links naar rechts)
Scouting is een spel dat zich aanpast bij de jeugd en de maatschappij en daardoor een spel dat met zijn tijd meegaat. Logisch dus dat de padvinderij vroeger heel anders was dan Scouting vandaag de dag. De Scouts uit vroegere jaren zagen zichzelf als een korps van redders. Geen gekke gedachte in die tijd, want de hulpverlening was toen nog maar gebrekkig geregeld. Bij brand verschenen vrijwilligers met emmers. Eerste hulp bij ongelukken werd door bijna niemand begrepen. De padvinders en padvindsters hebben door hun kunde vele levens gered.
Wie toen naar buiten ging vond volop natuur. Sporen volgen, bomen hakken, vrij kamperen, vissen en zwemmen in schone rivieren, er waren mogelijkheden genoeg. De hele samenleving was zoveel minder georganiseerd. Dat gaf mogelijkheden om te helpen, om te improviseren en om avonturen te beleven.
De moderne maatschappij heeft ons weggevoerd van deze simpele en elementaire zaken. Door het buitenleven komt de scout weer in contact met de natuur. Hij of zij leert weer dat water niet alleen uit kranen komt, warmte uit een kachel en licht, muziek en toneel uit een stopcontact. Je potje koken op een vuurtje, droog blijven in je tentje, de weg vinden in een vreemde omgeving. Dat betekent jezelf leren kennen, amuseren en zelfvertrouwen krijgen. Dat betekent ook risico's leren inschatten, creativiteit, praktisch improviseren met geringe middelen, vertrouwen op en zorg hebben voor je patrouillegenoten. B.P. kende uit eigen ervaring de waarde van al deze elementen. Hij wist bovendien dat het niet voldoende was die kennis in een boek beschikbaar te stellen. Je moest het zelf gedaan hebben om de waarde ervan in te zien en om er in je leven voordeel van te hebben. Daarom voegde hij eraan toe: leren door te doen, nee niet zoals op school, nee zelf doen, het zelf ondergaan, dat is de enige manier.
Baden Powell: 'Vanuit het gezichtspunt van een jongen is zijn patrouille een groep makkers en dus hun natuurlijke organisatie, hetzij voor spelen, kattenkwaad of rondslenteren. Scouting spreekt tot hun verbeelding en hun gevoel voor avontuur; ze worden betrokken in een actief leven in de open lucht. Het leert hen wilskracht, vindingrijkheid en vaardigheden; het brengt hen gedisciplineerd gedrag, sportiviteit, voorkomendheid en brengt gemeenschapsgevoel bij. In het kort: het vormt het karakter, wat belangrijker is dan wat dan ook om de weg door het leven te vinden.'
© Waterscouting.com