door: Moenja
18 maart 2005
Over scouting en de politie
Het is zaterdagavond, 20.00 uur. We zijn bezig met de finishing-touch van onze schmink als er een auto met drie lichten (2 koplampen en 1 maglite) op ons afkomt.
Ik vraag: 'Goedenavond, kan ik u helpen?'
'Goedenavond, waar zijn wij mee bezig?'
'We zijn een spooktocht aan het organiseren voor de scouting.'
'En die auto verderop, is die van u?'
'Ja, die hoort ook bij ons.'
'Van wie is die politiekleding en dat nepwapen dat achterin ligt?'
'Die hebben we geleend van een collega-staflid.'
'En die collega is agent?'
'Nee, ik weet niet hoe hij eraan komt.'
'U snapt ook wel dat dat niet kan, hé?'
'Uh… Nee, dat snap ik niet… Dit is een spel waarvoor we een politiepak nodig hadden. En als je daar op een of andere manier aan kunt komen, dan doe je dat toch. Nog liever heb je natuurlijk dat de politie vijf minuten vrijmaakt om het verhaal te vertellen, maar ondanks een week bellen, is dat niet gelukt'.
De agent kijkt mij niet begrijpend aan.
Ik vraag: 'Waar bent u bang voor?. Dat een nep-agent om 20.00 uur, in het pikkedonker, midden in het bos het verkeer gaat regelen?'
Kennelijk niet het verwachte antwoord. Hij gooit het over een andere boeg.
'Hebben jullie de politie wel ingelicht over deze spooktocht?'
'Ja, een wijkagent van Strijp weet ervan.'
Weer niet wat die wilde horen. Dus het gesprek neemt weer een andere wending.
'We zullen de kleding moeten innemen en u krijgt een boete.'
Hierop kan ik twee dingen doen: een hoop stennis schoppen met alle gevolgen van dien of het accepteren en de zaak later aanvechten. Er zijn twintig kinderen onderweg en scouting is improviseren dus ik kies voor het laatste. De kleding en het nepwapen worden ingenomen, zij vertrekken en wij gaan verder met onze voorbereidingen.
Tien minuten later horen we uit de verte een sirene aankomen. Vervolgens zien we hoe een politiebusje de (geparkeerde en lege) auto in kwestie klemrijdt. De vier agenten die uit het busje springen zien eruit alsof ze verwachten Bin Laden te kunnen arresteren. Ondanks mijn irritatie besluit ik om toch maar vriendelijk over te komen.
Ik vraag: 'Goedenavond, kan ik u helpen?'
'Goedenavond, waar zijn wij mee bezig?'
'Dat heb ik net tien minuten geleden aan een collega van u uitgelegd, maar ik wil het best nog een keer vertellen.'
Gedachten als: 'Eigenlijk liever niet en lekkere communicatie', komen op in mijn hoofd.
'Nee, dat is niet nodig. Ik krijg nu via de radio te horen dat alles in orde is.'
En weg zijn ze weer.
De spooktocht verloopt verder zonder problemen en de kinderen merken niks van het politiebezoek. Maar wat later tijdens de evaluatie in de Roef hebben we het er toch nog even over.
Een ander staflid, dat er niet bij was, vraagt: 'Maar wat kon er waarom nou niet?'
Ik zeg: 'Ik heb geen idee.'
'En ze konden niet even invallen voor onze nepagent? Ik bedoel ze waren er toch.'
'Nee, ze zeiden dat ze heel nodig ergens anders moesten zijn. Ze hoefden niet eens de naam van die wijkagent uit Strijp te hebben.'
De discussie gaat door, hij vraagt: 'Vroeger deden ze toch nooit zo opgefokt?'
'Nee joh, toen waren ze superrelaxed. Als ze vroegen waar je mee bezig was dan zei je dat het voor Scouting was. Bij enige twijfel zwaaide je een keer met je blouse en dan kon je een politie-escorte krijgen als je wilde.'
'Maar ze hadden wel gelijk, je mag geen nepwapen hebben.'
'Nee, dat klopt. Maar ze zijn het gevoel voor proportie kwijt. Ik begrijp dat in deze tijd van terrorismebestrijding niks meer aan het toeval overgelaten wordt, maar iedereen moet toch begrijpen dat het hier om een spel gaat. En dan zou je met wat overleg toch uit dit soort situaties moeten kunnen komen.'
'We kunnen de volgende keer iets doen wat een beetje minder provocerend is.'
'Waar dacht je aan?'
'Bijvoorbeeld, een vossenjacht in de binnenstad waarbij alle vossen verkleed zijn als overvallers compleet met maskers en honkbalknuppels.'
'Tja, wat zal ik zeggen: Been there, done that, almost got arrested.'
© Waterscouting.com