Een goede manier om een wachtschip te presenteren als varend erfgoed, is aanmelding bij een behoudsvereniging, zoals de Landelijke Vereniging tot Behoud van het Historische Bedrijfsvaartuig (LVBHB). Dan kun je het wachtschip ook aanmelden als ‘varend monument’ en word je opgenomen in het Register Varende Monumenten, dat sinds 1995 wordt bijgehouden. Wanneer het exterieur van een wachtschip ouder is dan vijftig jaar en een historisch representatief beeld weergeeft, komt het in aanmerking voor dit register. Per formulier kun je het schip aanmelden. Na een daadwerkelijke schouw wordt gekeken of je het predikaat ‘Varend Monument’ mag dragen. Meer informatie kun je vinden op http://www.fonv.nl.
Maar historische interesses beginnen in eerste instantie bij je eigen club. Voordat je erfgoed ‘uit kunt dragen’, zul je de geschiedenis eerst moeten presenteren. Dit kan op vele manieren. Je kunt denken aan een verhaal op de website, een mobiele tentoonstelling of een thema in het spelprogramma van een kamp.
Je kunt echter niks presenteren als je niet beschikt over historische feiten. Deze moet je dus eerst zien te verzamelen! Hoe je dat kunt doen, lees je hieronder.
Stap 1: Het verzamelen van feiten uit bronnen
Historici halen feiten uit bronnen en maken daarbij onderscheid tussen primaire en secundaire bronnen. Primaire bronnen zijn bronnen ‘uit de eerste hand’. Secundaire bronnen zijn alle verhalen die er al over deze bronnen zijn geschreven en waar je uit kunt putten bij het presenteren van je eigen verhaal.
Enkele primaire bronnen:
- Kadaster is de instantie waar alle schepen ingeschreven staan en die je kan vertellen wanneer het schip is gebouwd, welke eigenaren het schip heeft gehad en welke namen het door de tijd heen heeft gedragen. De brochure ‘Onderzoek naar schepen’ van de Groninger Archieven geeft nuttige informatie over het kadaster, maar ook andere instanties die je aan historische gegevens kunnen helpen. Deze brochure is gratis verkrijgbaar op de website Groninger Archieven
- Maritieme musea beschikken over verschillende archieven van scheepswerven. In deze archieven zijn wellicht de bouwtekeningen en het scheepsbestek van je wachtschip nog te vinden. De website van het Noordelijk Scheepvaartmuseum vormt een goed startpunt voor een zoektocht naar een geschikte instelling. Surf naar de website van het Noordelijk Scheepvaartmuseum
- Interviews en verhalen van oud-schippers (of familieleden daarvan) kunnen je meer informatie geven over waar en waarmee het schip heeft gevaren, hoe het leven was aan boord, welke aanpassingen er aan het schip zijn gedaan enz. Gezegend is de Nautilusgroep uit Delft. Oud-schipper Tetteroo heeft verschillende verhalen voor de website geschreven over het varende bestaan van de Corbulo.
- Via de weg van oud-schippers kun je misschien ook aan fotomateriaal komen. Zo heeft de Prins Bernhard groep uit Nieuwegein prachtige foto’s op hun site staan van de Nieuwe Zorg in bedrijf.
- Het Centraal Bureau voor de Statistiek kan je helpen aan statistische gegevens, zoals hoeveel schepen er gebouwd zijn in welk jaar, welk aandeel de schepen hadden in het totale vervoersaanbod etc. De Statistiek van grootte en samenstelling van de binnenvloot in Nederland, die vanaf 1934 is bijgehouden, vormt de belangrijkste bron.
Enkele secundaire bronnen:
Secundaire bronnen moet je zelf verzamelen, in de openbare of de universitaire bibliotheek. Verenigingen die zich ten doel hebben gesteld om het varend erfgoed te behouden, beschikken soms ook over een collectie met foto’s en boeken. Via de Federatie Oud-Nederlandse Vaartuigen (FONV). Scheepvaartmusea beschikken ook over een bibliotheek die je in de meeste gevallen wel kunt raadplegen. Misschien dat de volgende werken je enigszins op weg kunnen helpen:
- Groot, H. de, Volaan vooruit. Binnenvaart van opdrukker tot duwboot (Alkmaar 1989)
- Hin, F., Scheepstypologieën. Klippers, aken, tjalken, steile stevens en westlanders in beeld gebracht (Houten 1988)
- Martens, R. en Loomeijer, F., Binnenvaartschepen (Alkmaar 1977)
Foto: MS Fram, Fridtjof Nansen groep 12, Rotterdam
Stap 2: Het ordenen van de feiten
Of je nu een verhaal gaat schrijven, een tentoonstelling samenstelt of de geschiedenis gebruikt voor je programma: je moet een helder beeld hebben van datgene wat gebeurd is. Je moet de feiten met elkaar combineren en proberen een ontwikkeling te schetsen. Daarvoor zul je de feiten moeten ordenen.
Voor het ordenen van de feiten zijn een aantal zeer algemene tips te geven. Allereerst kun je de feiten chronologisch ordenen, naar periode. Je kunt bijvoorbeeld een decennium nemen of een periode die om wat voor reden dan ook afzonderlijk te bezien is ten opzichte van de rest. Bij schepen kun je de feiten ook goed per schipper ordenen. Een binnenvaartschip ging over in verschillende handen. Schippers wilden namelijk groter groeien. Als zij genoeg hadden verdient, ruilden zij hun oude schip in voor eentje met een groter laadruim. De schipper zegt vaak veel over het type vervoer en de aanpassingen die zijn gedaan. Een voorbeeld van een chronologische ordening is het geschiedverhaal van de Jacoba II, te lezen op de website van de Chauken.
Ten tweede kun je letten op belangrijke technische aanpassingen, die vaak veel zeggen over de ontwikkeling van een schip. Laadruimen die zijn verbouwd, machines die zijn vervangen, stuurhutten die zijn verschenen; ze behoren allemaal tot de ‘Grote Gebeurtenissen’ uit de geschiedenis van een schip. ‘Scheepshistorici’ hebben veel de neiging om veranderingen alleen in technische termen te beschrijven. Zij berichten bijvoorbeeld van het type motor dat er in de begin van de jaren vijftig in is gekomen. Maar belangrijker dan het type motor, is de achtergrond waartegen de technische verandering plaatsvond. Zo konden veel schippers hun varende bestaan na de Tweede Wereldoorlog alleen voortzetten als zij gingen moderniseren. Dat betekende dat het sleepschip plaats moest maken voor het motorschip.
Ten derde is deze sociaal-economische achtergrond ook voor het type vervoer van belang. Toen er in de jaren zestig bijvoorbeeld veel wegen aangelegd moesten worden in de nieuwe provincie Flevoland, moesten daar veel ‘slakken’ heen. Slakken zijn restproducten van de staalindustrie uit het Duitse Roergebied die gebruikt worden voor de ondergrond van wegen. Heeft een schip dus veel met slakken tussen Duitsland en de Flevopolder gevaren, dan is het heel aardig om dit tegen de achtergrond van de polderdrooglegging te plaatsen. Zo koppel je de geschiedenis van het schip aan een heel tastbare ontwikkeling, namelijk de opbouw van provincie Flevoland in de twintigste eeuw.
Stap 3: Presentatie van de feiten in een geschiedenis
Nadat je de feiten hebt geordend, kan de presentatie van de geschiedenis in de vorm van een verhaal, tentoonstelling of spelprogramma beginnen. Hiervoor heb je een pen, schaar, pritstift of het spelmateriaal voor nodig. De enige tip die je hierbij kunt geven, is: gebruik je creativiteit. Kijk ook eens rondom de historie van andere wachtschepen en put daar inspiratie uit. Veel succes en volle kracht vooruit!!!
Foto: Naaldwijk PW 809, Prins Willem, Haarlem
© Waterscouting.com