Onderhoud en klaarmaken voor gebruik

 

Buitenboordmotorslot

Het is raadzaam de buitenboordmotor na de groep van de boot af te halen en veilig binnen te zetten. Ook hier is aanbevolen hem op slot te zetten. Ze zijn erg gewild en erg duur in aanschaf. Laat je de buitendoordmotor op de boot hangen? Zorg dan deze goed op slot zit met een speciaal slot voor buitenboordmotoren.

De brandstoftank wordt na gebruik vaak direct weer volgetankt en op een goed geventileerde plaats bewaard. Let er bij het tanken op dat je de juiste brandstof gebruikt: een tweeslagbuitenboordmotor heeft bijna altijd bezine nodig met mengsmering in de juiste mengverhouding. Deze verhouding hoort op de bezinetank te zijn aangegeven. Er zijn tweeslag bezinemotoren die zelf de olie door de bezine mengen. Die gebruiken net als vierslagmotoren ongesmeerde bezine. Je moet er dan wel aan denken ook het tankje met smeerolie te vullen. Gebruik hiervoor altijd buitenboordmotor olie! Bromfietsolie en dergelijke laten veel vieze vette resten achter die niet goed zijn voor de motor. Het kan zijn dat er een extra water afscheidend brandstoffilter aangebracht is tussen de tank en de motor. Maak dit schoon volgens de bijbehorende instructies.


typische tank voor buitenboordmotoren
Het oliepeil
in het carter hoef je bij een tweeslag motor niet te controleren, want daar staat geen olie in. Bij een vierslagmotor moet dit wel. Het is veilig er voor te zorgen dat het carter tot de bovenste peilstreep gevuld is. Als je hem bijvult, denk dan wel om de oliesoort: lang niet elke olie is geschikt. De oliesoort hoort op het vuldop van het carter te zijn aangegeven of daarnaast.

Overige smering. De tandwielen in de schroefnaaf worden meestal door speciale tandwielolie of vet gesmeerd. Door het losdraaien van een schroefdraadplug kan de olie in de naaf worden gepeild en zonodig bijgevuld. De diverse draaipunten van de motorophanging zijn meestal zelfsmerend uitgevoerd; soms hebben ze vetnippels, die met een vetspuit bijvoorbeeld viermaal per jaar bijgevuld kan worden.

Koelwater. Buitenboordmotoren worden vrijwel altijd gekoeld met buitenboordwater. Ergens in de buitenboordmotor zit een koelwaterpomp die via daarvoor bestemde gaten het water aanzuigd. Het water wordt dan door de koelruimtes gepompt en verlaat de motor op een plek dat je het kunt zien. Om aantasting van zeewater te voorkomen worden de moderne buitenboordmotoren voorzien van een aansluiting, om de koelwaterruimte door te spoelen met zoet water, zodra de motor van boord is. Negen van de tien keer is de koelwaterpomp (impeller) niet geschikt om langere tijd droog te draaien. Sta daar goed bij stil, want je hebt hem zo vernield zonder dat je het in de gaten hebt. Ook beschadigd deze vrij snel en dient hij met regelmaat vervangen te worden.

 

© Waterscouting.com