
Hieronder staan de officiële eisen voor het insigne weerkennis.
1. Leg uit hoe een thermometer, barometer en hygrometer werken.
2. Bouw drie instrumenten, waarbij je kunt kiezen uit: hygrometer, regenmeter, windsnelheidsmeter, windwijzer en zonneschijnmeter.
3. Houd gedurende 1 maand dagelijks een zelf vervaardigd weerrapport bij. Daarin verwerk je jouw waarnemingen van minstens 5 weersverschijnselen, waarbij je kunt kiezen uit: hoeveelheid neerslag, luchtdruk, luchtvochtigheid, temperatuur, windrichting, windsterkte en uren zonneschijn.
4. Ga na waar de volksweerkunde op berust. Ga de betrouwbaarheid van 5 van deze regels in de praktijk na (bijvoorbeeld spreuken over dagen, of conclusies die uit het gedrag van dieren zijn af te leiden).
5. De belangrijkste klimaten, luchtdruk- en windsystemen kennen en uitleggen hoe ze elkaar beïnvloeden.
6. De 10 hoofdtypen wolkensoorten herkennen en weten welk weertype zij voorspellen. Weerkundige begrippen zoals windkracht, schaal van Beaufort kennen.
7. Eenvoudige weerkaarten kunnen lezen en de betekenis van de daarop voorkomende grondsymbolen kennen.
8. Breng een bezoek aan een (amateur)weerstation en bekijk de daar gebruikte instrumenten en registratiemethoden. Breng aan de hand van een collage, dia's of iets dergelijks hierover een verslag uit aan je groep.
© Waterscouting.com