door: Rene
24 januari 2005
Vroeger was ik een schriel mannetje. De jongens lachten me uit als ik op het strand lag. Op school viel het gelukkig mee, omdat ik altijd dikke truien droeg. Ik schaamde me erg voor m'n schriele lichaam. Daarom liet ik mijn haar lang groeien, zodat niemand m'n gezicht kon zien. Mijn moeder wilde dat ik aan sport ging doen en ik ging naar een basketbalclub, maar toen ze mijn slappe lichaam zagen, wezen ze mij de deur. Vervolgens probeerde ik het bij de volleybal club, maar ook daar werd ik verworpen. De voetbal, hockey, honkbal, atletiek en zwemclub wilden mij ook niet hebben. Ten einde raad heeft mijn moeder me naar de scouting gestuurd. Akela schrok wel toen ze mijn schriele lichaam zag, maar ik mocht toch blijven, want ze zei: 'Scouting is er voor iedereen!'.
Ik heb wel een fijne tijd gehad bij de welpen. Als we busje trap deden, konden ze me nooit vinden als ik achter een lantaarnpaal stond. Ik ben zelfs nog gids geweest en na twee jaar had ik bijna m'n eerste ster. Toen ik twaalf was vloog ik over naar de verkenners. Dat waren nog eens toffe jongens, die verkenners, alleen allemaal zo sterk en gespierd. Maar de hopman zei dat ik ook zo sterk zou worden, als ik met alle zomerkampen meeging. Op die kampen werd wat afgelopen. Om 6 uur stonden we op en maakten we weer één of andere tocht. Soms stonden we om 2 uur in de nacht op en gingen we weer lopen, maar dat noemden ze dropping. Door al dat lopen werden mijn benen steeds sterker. Na één zomerkamp was mijn moeder trots op mij, want ik kon de jongens van 8 jaar al aan! Na het volgend kamp was ik al even sterk als de anderen en durfde al zonder trui op school te komen. Na een paar jaar begon mijn snor te groeien en moest ik bij de leiding. Nu ben ik al bijna hopman en de sterkste van de hele groep. Wil jij ook zo sterk worden als ik, dan moet je naar scouting komen!
© Waterscouting.com