Dit is een handleiding om zelf een dektent voor je lelievlet te maken. Deze handleiding is geschreven door Eefje_An.
In de zomer van 2005 heeft een waterscoutswacht van de Musinga-Rijn een viertal van deze dektenten gemaakt voordat ze op zomerkamp gingen. In Friesland werden de dektenten gebruikt. De dektentjes hielden zich prima bij regen en wind. Ze zijn meerdere malen te gebruiken.
Het is verstandig om eerst een landbouwplastic versie te maken, alvorens je aan een dure katoenen of vrachtwagenzeil versie begint. Je zult namelijk merken dat je gaandeweg steeds weer op onverwachte problemen stuit en dingen leert tijdens het maken. Het resultaat, dus de kwaliteit, kwantiteit en uiterlijk, zal vooral afhangen van je eigen inzet (materiaal, geduld en handigheid).
Als allereerste kies je een lelievlet uit waarvoor je de tent gaat bouwen. Je zult de dektent waarschijnlijk alleen op die vlet kunnen gebruiken, want zoals je vast wel weet, de ene vlet is weer anders dan de andere (maatvoering, plaats mast, hoogte giek, etc).
Vervolgens plaats je het opgedoekte grootzeil op de boot en legt hem in je schaar of mik. Zorg ervoor dat je grootzeil horizontaal (haaks ten opzichte van de mast) zit of iets naar beneden staat bij het achterdek.
Uiteraard blijft de gebruikte mik of schaar ook bij dezelfde lelievlet.
Kijk er naar of je mik of schaar niet te veel uitsteekt langs je grootzeil, je tentdoek komt namelijk van je grootzeil strak te staan richting je dolboord. Dit levert nare scheurtjes op. Een mik zou je iets kunnen draaien waardoor de bovenste punten minder ver uitsteken. Dit kan alleen als je ‘mikmonden’ breder zijn dan je opgedoekte grootzeil.
Als je een schaar gebruikt moet je misschien iets verzinnen dat deze niet verschuift wanneer je de dektent plaatst.
Als je groep huiken gebruikt, doe hem er gerust om je grootzeil. De huik zorgt er namelijk voor dat er minder snel scheuren in je tentdoek komen en maakt je grootzeil egaler zodat je dektent er beter overheen ligt en meer steun heeft.
We gaan er vanuit dat je landbouwplastic gebruikt voor je dektent. Dit kan je simpel en snel knippen en vouwen.
Om tot de juiste maat te komen voor je tentdoek meet je de rechte afstand vanaf je dolboord (bakboordstag) over je grootzeil (achterlangs de mast) naar je dolboord (stuurboordstag). Tel bij deze afstand 50 cm op en je hebt de breedte van je benodigde stuk landbouwplastic. Die 50 cm is voor het plaatsen van je zeilogen.
Deze 50 cm kan (veel) kleiner wanneer je katoen of vrachtwagenzeil gebruikt, deze materialen zijn een stuk sterker namelijk.
Wil je preciezer je doek op maat knippen, dan moet je op meerdere plaatsen meten (blauwe pijlen). Vervolgens vanaf de hartlijn (gele lijn) de maten uittekenen op je doek, denk wel aan die 50 cm, dus 25 cm aan iedere kant.
Voor de lengte van het doek zou ik ongeveer 9 meter aanhouden. Een vlet is 6 meter ongeveer, maar je gaat in de punt nog aardig wat extra lengte nodig hebben en voor de afwerking boven het achterdek ook.
Knip niet de in jouw ogen overbodige stukken doek weg!!! Doe dit pas als je helemaal klaar bent.

Nu heb je dus een rechthoek liggen van 9 meter lang en een van de vlet afhankelijke breedte. Knip vanaf één korte zijde precies in het midden ongeveer 3 meter in. Aan het einde van die 3 meter knippen komt straks de mast door je tentdoek heen. Je kan dus hier al precies ter grootte van je mast een cirkel uitknippen (met een doorsnede van 10 cm) en het doek langs de cirkelrand verstevigen met ducktape om inscheuren te voorkomen.
Zodra je ducktape gebruikt denk dan aan de volgende punten:
1. Plak de tape goed vast, zonder vouwen of plooien. Vooral de plooien maken het opspannen van het tentdoek later erg lastig.
2. Meerdere laagjes ducktape geven veel extra sterkte en probeer dit soms ook ‘dakpansgewijs’ te doen om zo in hoeken krachten op te vangen (kijk maar eens naar een hoeken van een grootzeil, daar zit vaak extra doek en stiksels).De Zeilogen

Om het tentdoek straks goed te kunnen opspannen gaan we zeilogen in het doek slaan. Zeilogen kun je in alle soorten en maten krijgen en ook de kwaliteit verschilt. Voor onze dektenten zijn relatief goedkope ogen gebruikt van lage kwaliteit. Goede ogen kopen is, als je voor een kwaliteitswerkje gaat, zeker slim.
Oefen een paar keer met het slaan van een oog. Per soort zeiloog varieert het welk deel van het oog beneden of boven ligt. Het is wenselijk om te zorgen voor een harde stabiele ondergrond bij het slaan. Gebruik voor het slaan een ‘vuistje’ of bankhamer.
Aan boord van de vlet biedt een oude doft of dikke plank vaak uitkomst voor het slaan. Het geeft je tegelijk meer bewegingsvrijheid voor het slaan, je hoeft namelijk de tent niet te verplaatsen als je een stevige ondergrond nodig hebt voor het slaan.
Het oog snijdt zich een weg door het doek, zodra je nu aan het oog en doek trekt zul je bij één laag landbouwplastic zien dat het oog door het plastic scheurt. Daarom moet je op plaatsen waar je een oog slaat het landbouwplastic meerdere keren dubbelvouwen (4 a 6 lagen doek) en vervolgens verstevigen met ducktape. Probeer nog een keer het oog eruit te trekken, je zult nu merken dat je veel meer kracht moet zetten om schade aan te richten.
Die meerdere lagen doek komen dus uit die 50 cm die je te veel hebt afgeknipt. Let wel op dat je niet de volledige 50 cm opgebruikt, want je wil ook nog 5 a 10 cm gebruik om goed onder je dolboord te zitten met je’ tentrand’ en zo inregenen te voorkomen.
Uiteraard hoef je als je steviger materialen gebruikt als doek minder lagen te doen. Bij vrachtwagen zeil volstaan misschien 1 of 2 lagen al perfect. Bij stof zou je een vulling in het doek kunnen doen voor de stevigheid, een leren lint bijvoorbeeld.
Afhankelijk van het (aantal lagen) doek, ogen en tape zal een oog wel of niet uitscheuren. Probeer dit uit, dan weet je wat het kan hebben en wat jij sterk genoeg vindt.
Een probleem voor de dektentjes is de montage van het tentdoek aan de boot. Je wilt namelijk iedere dag weer zeilen en dan moet je de tent snel en simpel kunnen opruimen. Ook wil je dat de tent gewoon goed past rondom de ronde randen van je boot en dat het ’s nachts niet inregent. Daarom moet de tent over je dolboord gaan en moet je de tent wel vastmaken aan je berghout.
Dit kan gedaan worden door S–haakjes te kopen en aan één zijde iets open te buigen met een waterpomptang.
Afhankelijk van het type vlet moet je even bepalen hoever het haakje open moet. Probeer het uit door met de S–haak om je vinger en de open gebogen kant om het berghout kracht recht omhoog uit te oefenen. Dit is dezelfde richting als waar straks het doek aan de haak trekt als je het opspant of de wind grip krijgt op je tentdoek.
Handig zijn de volgende 3 maten S–haken gebruikt:
- (klein) voor montage door de zeilogen naar de elastieken
- (middel) voor het vastmaken van de elastieken aan het berghout
- (groot) voor het vastmaken van het doek om de mast
Een S–haak kun je vaak heel makkelijk bevestigen door een zeiloog, door de haak vanaf de onderkant in te draaien en naar je toe te halen...
Zodra je een S–haak bevestigt aan het tentdoek of elastiek en hij hoeft er niet meer af, knijp hem dan iets dicht. Dan voorkom je dat ze er afvallen.
Om het tentdoek op een mooie en goede manier op spanning te houden plaatsen we tussen het geslagen zeiloog (met kleine S–haak) en de open gebogen S–haak een tentelastiek.
Let er op dat je geen elastieken koopt die bijna of even lang zijn als het boeisel, dan heb je namelijk geen ruimte over om en de haken te monteren en de boot ook echt ‘droog te houden’.
De onderste S–haak op de foto hiernaast zal dus bij het opvouwen heen en weer slingeren. Om te voorkomen dat deze ergens achter blijft haken of het doek scheurt, kun je een stuk binnenband (lekke binnenbanden zijn gratis bij de fietsenmaker te halen, voor hem is het speciaal afval!) om de S - haak en het elastiek schuiven. Door de bovenkant van de band iets samen te knijpen met een tyrape voorkom je dat de band er valt.
Zorg ervoor dat het elastiek netjes recht zit tussen de verschillende S–haken.
Aan de voorzijde van de dektent kunnen kortere tentelastieken uitkomst bieden, maar pas op dat ze niet te stug zijn.
Voordat je een oog kan slaan moet je eerst bepalen waar je het precies wil hebben en wat gunstig is qua afstand. Het belangrijkste is dat je elastiek ook zijn werk doet, deze moet dus enigszins onder spanning staan.
Neem dus een elastiek met grote en kleine S–haak en zet de grote haak vast onder het berghout en trek aan het kleine haakje. Daar waar het elastiek ‘mooi’ op spanning staat moet in het tentdoek het zeiloog komen. Dit is dus ergens in het 25 cm gebied wat je extra hebt meegenomen aan het begin.
Zorg dat het zeiloog wel netjes onder het dolboord zit. Op de foto hiernaast zie je een voorbeeld.
Natuurlijk zijn er een paar dingen om rekening mee te houden:
1. Het boeisel is niet overal even breed/hoog.
2. Elastiek lengte, je gaat niet overal verschillend maten gebruiken. Enkel voorop is het echt handig. Achterop houd het gewoon in dat je tentdoek dichter op het dolboord eindigt.
Oké, we hebben nu een rechthoekig stuk tentdoek en weten hoe we ogen maken en elastieken met S–haken gebruiken. We plaatsen nu het tentdoek over de boot en schuiven het zover naar voren dat de versterkte cirkel voor rondom de mast goed zit. Om het doek nu op zijn plaats te houden sla je aan beide kanten van het opgeknipte stuk een zeiloog in (versterk deze goed, want hier komt veel kracht op!). Gebruik vervolgens een grote S–haak om deze twee ogen bij elkaar te houden. Je tentdoek blijft nu mooi zitten.
Zet nu bij beide stagen het zeildoek op spanning zodat het direct vanaf de mast naar je dolboord loopt. Als eerste gaan we zorgen dat het doek goed rondom de stag komt te zitten, want dit is natuurlijk een potentieel lekpunt.
Wanneer je het tentdoek netjes op spanning/strak hebt staan gaan we precies onder de stagen het tentdoek inknippen (we gaan dus door die bewuste 25 cm heen!). Knip niet te ver in, liever in twee keer goed, dan een keer een stuk te ver. Nu ga je zover inknippen dat de tentdoek precies om de stag heen past.
Vervolgens versterken we het in geknipte doek rondom de stagen met ducktape.
Het waterdicht houden rondom de zijstag is vrij lastig en je kan verschillende dingen doen en/of proberen:
1. Zorgen dat het tentdoek onder de stag naar elkaar toe wordt getrokken (zie foto). Hierdoor sluit je het bijna helemaal af.
2. Zorg dat het tentdoek strak om de stagen of ketting zit en niet rondom je wantputting zit.
3. Maak een soort van opstaande rand die al het regenwater opzij ‘geleidt’, enkel druppels die precies binnen de rand vallen kunnen naar binnen druppelen.
4. Maak kragen net zoals bij de mast.
Op de foto hiernaast zie je hoe het bij een van onze dektenten zit. Helaas niet de perfecte c.q mooiste oplossing. Je ziet namelijk dat de S–haken met elastiek het tentdoek strak rondom de wantputting trekken.
Ook zie je, om even terug te komen op het oogjes maken, dat het linkeroog veel beter geplaatst is in het tentdoek dan het rechter oog. Ook is goed te zien dat het rechter elastiek veel strakker staat. Waarschijnlijk was rechts het tentdoek niet lang genoeg meer.
Werk vanaf de mast naar het achterdek toe en vervolgens van de mast naar de punt. Houdt het tentdoek aan beide zijden van de lelievlet strak op het dolboord, zorg dat alle plooien weg zijn. Je zet dus eerst het tentdoek vanaf de mast strak richting de stagen, meet gewenste hoogte met behulp van elastiek met S-haken, vouwt tentdoek dubbel, verstevig met ducktape en sla de ogen erin. Vervolgens monteer je het elastiek met een kleine S–haak aan het zeiloog en zet de grote S–haak klem achter het berghout. Knijp vervolgens alle S–haken dicht als het goed zit. Ga op deze manier om-en-om (bakboord, stuurboord, bakboord, etc) naar het achterdek.
Als je deze zeilogen maakt houd je steeds stukken tentdoek over (van het 25 cm stuk), als je dit niet gebruikt voor de meer lagen tussen de zeilogen kun je het wegknippen.
Het achterdek biedt verschillende oplossingen, een simpele is zorgen dat het tentdoek over spiegel hangt en vervolgens vastzit met een elastiek op bijvoorbeeld een sleepoog of roerborging. Uiteraard is het roer verwijderd in deze situatie.
Maar om het enigszins leefbaar te houden in de boot wil je ook frisse lucht. Dit kan mooi via het achterdek, want voorpunt moet echt waterdicht. Je zou bijvoorbeeld je grootzeil in de mik kunnen verlengen, waardoor je een soort van overkapping krijgt. Met bijvoorbeeld een bezemsteel of riem, een 16m2 heeft dit probleem uiteraard niet. Vervolgens zorg je ervoor dat het tentdoek goed vast zit aan de spiegel. Want uiteraard kan de wind er nu goed onderkomen. Dit vraagt dus even aandacht en/of creativiteit.
Nu moet je inmiddels alles wel onder de knie hebben zou je zeggen, nou nu komt het mooiste en moeilijkste van het hele tentje: (Voor)dektent-met-klep.

Op het voordek moet je kunnen uit- en instappen de kant/steiger op. Je kiest nu een kant waar de opening moet komen. Stel we nemen stuurboord als uitstapplek.
Dan gaan we al eerste de bakboord kant vastzetten met zeilogen en elastieken. De flap hiervoor ligt al klaar in de boot. Dit is namelijk het stuk waar je aan het begin 3 meter hebt ingeknipt tot aan de mast. Maar voordat we dat doen gaan we eerst de bakboord flap (bb-flap) aan de voorstag vastmaken.
Trek de bb-flap strak langs de ‘hartlijn’ naar de voorstag, scheur hem niet van de versteviging bij de mast af (desnoods strook ducktape vanaf de mast naar voren aan weer zijde van de bb-flap). Houd de flap op dezelfde hoogte als de rest van de dektent. Maak vervolgens bij de voorstag een zeiloog, zodat met een kleine S–haak de bb-flap strak hangt. Voor het los en vastmaken van deze haak kun je de stag iets naar binnen trekken.
Vervolgens gaan we de bb-flap vastzetten met zeilogen, volg daarbij de nummers op onderstaande tekening (1 t/m 4). Houdt er rekening mee dat naar mate je meer naar voren komt, hoe meer kans je hebt dat je plooien moet gaan wegwerken.
Bij de klep is het handig om de haken iets losser te doen, zodat deze makkelijker van binnen los te maken zijn.
Rond de mast komt een cirkel met een bredere rand, waardoor de zeilbinders hier omheen gedaan kunnen worden, waardoor dit vrij goed afsluit.
Tijdens de bouw is het heel praktisch als je rondom de lelievlet kan lopen. Dus of doe het bouwen op de kant ‘s winters of trek de lelievlet bijvoorbeeld droog op een strandje.
Probeer het niet alleen, ga met minstens twee man aan het werk. Leden kunnen dingen aangeven, elastieken met S–haken klaar maken, etc.
Het aantal te plaatsen elastieken en haken moet je zelf bepalen. Variërend per lelievlet zal dit ongeveer uitkomen op 20 tot 25 elastieken.
Aan de binnenkant loopt nu een samengevouwen rand van meerdere lagen tentdoek. Dit kun je afplakken met ducktape om te voorkomen dat het ergens achter blijft haken. Het tape zorgt gelijk voor wat extra stevigheid aan de binnenkant ter hoogte van het dolboord. Pas wel op dat je door het tapen aan de binnenkant geen plooien maakt aan de buitenkant.
Eventuele zwakke randen zijn te versterken met ducktape
Als tentdoek over hebt, kun je aan de binnenkant van het tentdoek, daar waar het zeil zit een extra strook doek plaatsen als versteviging.
Stootwillen zijn lastig te gebruiken.
Landbouwplastic versies van deze tentjes zijn kwetsbaar, wees daar bewust van!
En wat natuurlijk altijd leuk is, laat een foto van jouw dektent op het forum zien aan anderen!
© Waterscouting.com