In België bestaat ook Waterscouting. Daar noemt men dat Zeescouting. In totaal zijn er in België zo’n 1500 leden, over 10 groepen verdeeld. De Scouts en Gidsen Vlaanderen (vroeger: Vlaams Verbond van Katholieke Scouts en Meisjesgidsen) is de overkoepelende organisatie, van het Vlaamse gedeelte van België. In België zijn meerdere scouting organisaties actief. Dat komt mede door de taalbarrière. Er zijn in totaal 5 organisaties: De FOS (Federatie voor Open Scouting), de FSC (Fédération des Scouts Catholiques), de GCB(Guides Catholiques de Belgique), de SGP (Scouts et Guides Pluralistes de Belgique) en de Scouts en Gidsen Vlaanderen. In Nederland zijn deze verschillende organisaties vroeger al samengevoegd tot Scouting Nederland.

Zeescouting wordt voornamelijk door jonge mensen beoefent. Ze leren er, al doende, samen met leiders en leidsters die voor hen “boeien en bakens” uitzetten. Begeleiding door staf biedt houvast. Want scouting op het water vraagt heel wat nautische vaardigheid, techniek en schipperskunst om veilig te kunnen varen. Zeescouting werkt daarom ook in kleine teams, kwartieren genoemd. Als bemanning vormen ze samen de motor van een schip. Zeescouting is dan ook niet te vergelijken met een goedkope watersportclub of zeilschool. Kajakken en windsurfen staan zelden op hun scheepsrol. Want hier komt geen groepswerk aan te pas. Samenwerken en groepsverband is ook bij de Belgische Zeescouts erg belangrijk. De Belgische Zeescouts varen voornamelijk op de Schelde omdat België veel minder vaargebieden heeft zoals Nederland. Antwerpen heeft daarom ook 4 groepen. Andere Zeescoutinggroepen zitten voornamelijk in de Westerlijke helft van België.

Speltakken in de Belgische Zeescouting zijn niet eens zo anders ingedeeld als de Nederlandse tak van het Waterwerk. Hier en daar zitten een aantal verschillen. Zo kennen de Zeescouts niet de Wilde Vaart maar wordt je vanaf Zeeverkenner (14-18jr) meteen loods.
Reeds vanaf 6 jaar kan je terecht bij de zeehondjes. Samen met je vriendjes speel je het spel van Kotick, de witte zeehond. De eerste contacten met het water worden gelegd door maritiem getinte spelen. Denk aan Kanoën en zwemmen.

Vanaf 8 jaar ben je zeewelp. In Nederland worden dit dolfijnen genoemd. Zij baseren hun werking op het boeiende en onuitputtelijke jungleboek van Rudyard Kipling. De wateractiviteiten komen meer aan bod en de wil om bootje te varen wordt steeds groter.

Op 11 jaar ben je de welpentrui ontgroeid en kom je bij de scheepsmakkers. Hier wordt het varen bijna een wekelijkse activiteit met roei- en zeilboten zoals Vletten of Roeigieken genoemd. Ook wordt er veel aandacht besteed aan het bouwen van vlotten die dan een boeiend medium vormen op tocht of op kamp.

Zeegids of zeeverkenner ben je op 14 jaar. Nu strand je in het echte “zeescoutsavontuur”. In de wintermaanden worden hun lelievletten, longboats of roeigieken terug vaarwaardig gemaakt. De landactiviteiten leunen nu sterk aan bij die van de landscouts, plus dat zij hun nautische kennis en schiemanswerk optimaal trachten bij te schaven. In het zomerseizoen kan elk wartier met zijn boot het water op. Het avontuur brengt hen een heel eind verder op zee. Hun zeil of roeiriem vervangen de motor en maken van elke tocht een unieke ervaring.

De loodsen vormen de groep van de 18-jarigen. Voor hen komt de leidingstaak steeds dichterbij zodat zij zichzelf gedurende het jaar grondig kunnen voorbereiden. Hun zeiljacht biedt de mogelijkheid om hun vriendschapsbanden te verruimen.

Eens de kaap van 18 jaar omzeild, kan je je leidingstaak aanvatten. Nu is het aan jou om elke week opnieuw het spel van zeescouting aan te bieden aan de jongens en meisjes die aan jouw hoede werden toevertrouwd. Een veeleisende en verantwoordelijke taak, maar wel eentje die je nog veel meer prachtige zeescouting momenten zal opleveren.

Wil je meer weten over Waterscouting in België? Kijk dan op www.zeescouting.be
© Waterscouting.com